Spaarrekening
Bij een gewone spaarrekening heb je veel vrijheid, je bepaalt zelf
hoeveel en wanneer je spaart. Zo kan je in krappere periodes iets
minder sparen dan in periodes wanneer je wat meer geld over heeft. Ook
kan je tussentijds geld opnemen, hier zijn geen beperkingen voor.
Doordat je een variabele rente ontvangt is er geen gegarandeerde
spaaropbrengst. Dus wanneer de spaarrentes worden verhoogd dan stijgt de rente ook, maar als de spaarrentes dalen, dan daalt de rente ook.
Spaarloon
Met een spaarloonregeling kan je ieder jaar belastingvrij een deel
van je brutoloon sparen. Je werkgever maakt een gedeelte van het
brutoloon over op een speciale rekening, dit bedrag blijft 4 jaar
geblokkeerd op een rekening staan. Daarna komt het netto beschikbaar.
Voor enkele bestedingsdoelen kan je het geld tussentijds vrij
krijgen, maar je werkgever bepaalt voor welke doelen dit geldt.
Voordelen zijn dat je automatisch een vast bedrag spaart en dat je het
geld na vier jaar netto ontvangt.
Spaardepositie
Een spaardepositie is vooral handig als je een deel van je geld voor
een langere tijd kan missen of als je spaart voor een grote uitgave in
de toekomst. De looptijd en de rente staat vast, hoe langer je geld
op de spaarrekening staat hoe hoger de rente is. Het tussentijds
opnemen of bijstorten is vaak niet mogelijk, dus dit kan gezien
worden als nadeel. Voordelen zijn vooral dat de rente hoger is dan
een gewone spaarrekening en wanneer de spaarrentes dalen blijft jou
spaarrente gelijk. Vaak bieden deposito's mooie hoge rentes
aangeboden, maar trap hier niet meteen in. Vaak krijg je die hoge
rente alleen als je een hoog instapbedrag op de rekening stort.